Mannen, taan het zeil

Varen is mijn leven.
Hij heeft nooit anders willen doen.
Me met water omgeven.
Hij voelt zich rijk op zijn galjoen.
Met bollende zeilen,
stuwen we voort op volle kracht
Door te kijken naar de hemel bij een sterrennacht,
bepalen wij de koers.
En we kijken naar de hemel bij een sterrennacht,
zo blijven wij op koers.

Niets houdt mij tegen.
Een landrot is ie nooit geweest.
De oceaan een zegen.
Met ons te varen is een feest.
Hoor de krijsende meeuwen,
ze dansen sierlijk op de wind.
Het zit in mijn bloed en het doet me goed,
't is de zee, die naar me roept.
Het zit in zijn bloed en het doet em goed,
't is de zee die naar hem roept.

Mannen taan het zeil, schrob en dweil het dek,
dicht het schip, kalefateren met touw en pek.
Door de mannen van de kaai is de klus geklaard,
de Santiano vaart.

Mannen taan het zeil, schrob en dweil het dek,
dicht het schip, kalefateren met touw en pek
Door de mannen van de kaai is de klus geklaard,
de Santiano vaart

Het schip onderhouwen
en iedereen die zwoegt en zweet,
het opschieten van touwen,
nog even en we zijn gereed.
Dan lichten we het anker
en hijsen alle zeilen op.
Het zit in mijn bloed en het doet me goed,
't is de zee die naar me roept.
Het zit in zijn bloed en het doet em goed,
't is de zee die naar hem roept.

Mannen taan het zeil, schrob en dweil het dek,
dicht het schip, kalefateren met touw en pek.
Door de mannen van de kaai is de klus geklaard,
de Santiano vaart.

Mannen taan het zeil, schrob en dweil het dek,
dicht het schip, kalefateren met touw en pek
Door de mannen van de kaai is de klus geklaard,
de Santiano vaart.